Bemanning › Baton Charles
Baton Charles
Belgisch (geen andere nationaliteit vermeld)
Aan boord van
| Schip | Datum verlies of aanval | Rang | Lot | Opmerking |
|---|---|---|---|---|
| S/S LUXEMBOURG | 21 juni 1940 | Tremmer | Overleefd |
Documenten

Transcriptie lezen
Proces-verbaal van verdwijning op zee.
Heden, de derde dag van de maand mei negentienhonderd drieënveertig, is voor ons verschenen, Théophile burggraaf de Lantsheere, minister-plenipotentiaris, raad van de Belgische ambassade te Londen, ter vervanging van de Belgische ambassadeur, verhinderd door de plichten van zijn ambt, de heer André LAGAY, bij afwezigheid van kapitein Gilbert BAYOT, krijgsgevangene, oud dertig jaar, wonende te 7, Woodlands Terrace, South Shields, Durham, eerste officier van het Belgische schip « PRESIDENT FRANCQUI », tankschip, metende 3514 ton netto, van de haven van Gent, toebehorend aan de Naamloze Vennootschap Purfina Armement de Gand, in Engeland vertegenwoordigd door de firma C.T. Bowring & C°., Londen, E.C.3.
Die ons, onder ede, de volgende verklaring heeft afgelegd:
Het schip verliet Belfast op 19 december 1942 met een sterkte van 49 man, de kapitein inbegrepen, zonder passagiers, in konvooi met bestemming New York voor orders. Nadat het op 28 december 1942 om 22u30 G.M.T. door een eerste torpedo was getroffen, maar nog steeds dreef, werd de koers verlegd naar de Azoren. Op 29 december om 6u30 G.M.T. trof een tweede torpedo ons, die het schip onbeweeglijk maakte op ongeveer 190 mijl noord-ten-oosten van de Azoren, zonder stoom voor het stuurwerk. Het nodige werd gedaan om het schip alsnog te trachten te redden. Om 9u30 G.M.T. trof een derde torpedo het schip, dat onmiddellijk daarna zonk. De enige sloep die nog dreef, nam een groot vlot op sleeptouw, waarachter op zijn beurt een klein vlot gesleept werd. Op het kleine vlot had SENTEN, Constant, provisiesteward, plaatsgenomen. De volgende dag, 30 december 1942, raakte de sloep gezien de toestand van de zee van beide vlotten gescheiden. Op 31 december, bij het aanbreken van de dag, brak de lijn die de beide vlotten verbond. Bij daglicht zagen de opvarenden van het grote vlot niets meer van het kleine vlot. De korvet die de opvarenden van de sloep en van het grote vlot opnam, patrouilleerde drie dagen tevergeefs zonder nog iets terug te vinden.
Waarvan akte; na voorlezing heeft genoemde eerste officier met ons, raad van de ambassade, getekend.
En om die verklaring na te gaan hebben wij doen verschijnen:
1) COUTEAUX, Edouard, oud vierendertig jaar, tweede officier van de tanker « Président Francqui »;
2) VAN WALLENDAEL, Ferdinand, oud zevenentwintig jaar, derde officier van de tanker « Président Francqui »;
3) GHYOOT, Jacques, oud zesentwintig jaar, vierde werktuigkundige van de tanker « Président Francqui »;
ooggetuigen van de hiervoor vermelde feiten, die, door ons ondervraagd, elk afzonderlijk en onder ede de waarheid van de inhoud van het verslag van de eerste officier hebben bevestigd, en met ons, raad van de ambassade, hebben getekend.
Oorspronkelijke Franse tekst
Procès-verbal de disparition en mer.
Aujourd'hui, le troisième jour du mois de mai mil neuf cent quarante-trois, s'est présenté devant nous, Théophile Vicomte de Lantsheere, Ministre Plénipotentiaire, Conseiller de l'Ambassade de Belgique à Londres, remplaçant l'Ambassadeur de Belgique, empêché par les devoirs de sa charge, Monsieur André LAGAY, en l'absence du capitaine Gilbert BAYOT, prisonnier de guerre, âgé de 30 ans, résidant à 7, Woodlands Terrace, South Shields, Durham, premier officier du navire belge « PRESIDENT FRANCQUI », pétrolier, jaugeant net 3514 tonneaux, du port de Gand, appartenant à la Société Anonyme Purfina Armement de Gand, représentée en Angleterre par le firme C.T. Bowring & C°., Londres, E.C.3.
Lequel, sous la foi du serment, nous a fait la déclaration suivante :
Le navire quitta Belfast le 19 décembre 1942 avec un complément de 49 hommes, capitaine inclus, aucun passager, en convoi en destination de New York pour ordres. Après avoir été atteint par une première torpille le 28 décembre 1942 à 22h.30m. T.M.G., mais le navire toujours à flot, la route fut altérée pour les Açores. Le 29 décembre à 6h.30m. T.M.G., une seconde torpille nous frappa, immobilisant le navire par environ 190 milles dans le NqNE des Açores, sans vapeur pour l'appareil à gouverner. Le nécessaire fut fait pour tâcher encore de sauver le navire. À 9h.30m. T.M.G. une troisième torpille atteignit le navire qui coula immédiatement après. Le seul canot à flot prit en remorque un grand radeau, un petit radeau étant à son tour en remorque de ce dernier. Sur le petit radeau avait pris place SENTEN, Constant, steward des provisions. Le lendemain 30 décembre 1942 vu l'état de la mer, le canot se sépara des deux radeaux. Le 31 décembre à l'aube la ligne réunissant les deux radeaux se rompit. Au jour les occupants du grand radeau n'aperçurent plus rien du petit radeau. La corvette qui recueillit les occupants du canot et du grand radeau patrouilla en vain durant trois jours sans rien retrouver de plus.
En foi de quoi, lecture faite, ledit premier officier a signé avec nous, Conseiller d'Ambassade.
Et pour vérifier ladite déclaration, nous avons fait comparaître :
1) COUTEAUX, Edouard, âgé de 34 ans, 2e officier du tanker « Président Francqui » ;
2) VAN WALLENDAEL, Ferdinand, âgé de 27 ans, 3e officier du tanker « Président Francqui » ;
3) GHYOOT, Jacques, âgé de 26 ans, 4e mécanicien du tanker « Président Francqui » ;
témoins oculaires des faits relatés ci-devant, lesquels interrogés par nous, ont attesté chacun séparément et sous serment la vérité du contenu du rapport du premier officier, et ont signé avec nous, Conseiller d'Ambassade.